Bewerking en aggregatie

Gegevensverwerking en aggregatie van meetgegevens

In de bestrijdingsmiddelenatlas staan de zogenoemde normoverschrijdingskaarten per individuele stof centraal. In deze kaarten worden de meetgegevens vergeleken met vier (groepen) normen:

  1. Jaargemiddelde MilieuKwaliteitsNorm / Maximaal toelaatbaar Risiconiveau (JG-MKN / MTR)
  2. Maximaal Aanvaardbare Concentratie MilieuKwaliteitsNorm (MAC-MKN)
  3. Drinkwaternorm (DWN)
  4. Toelatingscriterium (Ctgb)

 Bovendien wordt een algemeen beeld gegeven van de waterkwaliteit door de berekening van gesommeerde normoverschrijdingen:

  1. Gesommeerde normoverschrijding (SNO)

(zie: Toelichting -> Normen en Berekeningen-> Som NormOverschrijdingen (SNO))

Om deze kaarten te kunnen maken worden de meetgegevens bewerkt. De basisgegevens zijn de individuele metingen per stof per meetpunt per tijdstip. Bij deze metingen is aangegeven of het een meetwaarde is of een rapportagegrens. De toetsing in de bestrijdingsmiddelenatlas vindt plaats op het niveau van meetpunten, en evt. ook op het niveau van individuele metingen. Hiervoor vind aggregatie plaats van de gegevens van metingen per tijdstip naar meetpunten per jaar. De wijze van aggregatie verschilt per norm.

Rapportagegrens

Meetwaarden en rapportagegrenzen worden bij de verschillende aggregaties op verschillende wijze behandeld. Hierin zijn twee methodes te onderscheiden, nl:

  • Nieuwe methodiek met ‘niet toetsbare’ metingen
  • Oude methodiek met gescheiden aggregatie van meetwaarden en rapportagegrenzen

Nieuwe -methodiek met ‘niet toetsbare’ metingen

Bij de JG-MKN / MTR en MAC-MKN gaan van we uit van de volgende behandeling van ‘niet toetsbare metingen’. Dit betekent dat:

  • metingen worden voor aggregatie ingedeeld als ‘toetsbaar’ en ‘niet toetsbaar’. Een meting is ‘toetsbaar’ als het een meetwaarde is of als de rapportagegrens lager is dan de norm. Een meting is ‘niet toetsbaar’ als het een rapportagegrens betreft en deze hoger of gelijk is aan de norm. In het geval van rapportagegrenzen wordt hier uitgegaan van de hele waarde van de rapportage grens.
  • alleen de ‘toetsbare’ metingen worden meegenomen bij de aggregatie.
  • bij ‘toetsbare’ metingen van rapportagegrenzen die onder de norm lagen wordt er verder gerekend met de waarde van de halve rapportagegrens.

N.B. In de “Richtlijn KRW Monitoring Oppervlaktewater en Protocol Toetsen & Beoordelen” ( 3 juli 2014, Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving: M. Ohm, D. ten Hulscher & R. Smits) wordt een iets afwijkende werkwijze en berekening omschreven.

Methodiek met gescheiden aggregatie van meetwaarden en rapportagegrenzen

Bij de andere twee andere normen (Drinkwaternorm en Toelatingscriterium) maken we gebruik gemaakt van de oude rekenmethode. Dit betekent dat:

  • er een gescheiden aggregatie is van meetwaarden en rapportagegrenzen (van meting per tijdstip naar meetpunt per jaar)
  • wordt uitgaan van de hele rapportagegrens bij de aggregatie van rapportagegrenzen

Aggregatie

De aggregatie van meetwaarden van metingen per tijdstip naar meetpunten per jaar verschilt per norm (en per meetnet).

JG-MKN

Hierbij is de volgende methode gevolgd:

  • meetwaarden worden eerst per maand geaggregeerd via middeling
  • vervolgens wordt een gemiddelde waarde bepaald over de maandgemiddelden. Dit levert een geaggregeerde waarde op per jaar per meetpunt.

MTR

Hierbij is de volgende methode gevolgd:

  • meetwaarden worden eerst per maand geaggregeerd via middeling 
  • vervolgens wordt een 90 percentiel bepaald over de maandgemiddelden. Dit levert een geaggregeerde waarde op per jaar per meetpunt.

MAC-MKN 

Bij de MAC-MKN wordt de maximum gevonden concentratie bepaald binnen een jaar.

Drinkwaternorm

Bij de drinkwaternorm worden de meetwaarden en de rapportagegrenzen apart geaggregeerd en wordt de maximum gevonden concentratie bepaald per jaar. Dit levert een (of twee) geaggregeerde waarde(n) op per jaar per meetpunt.

Toelatingscriterium

Bij het toelatingscriterium worden de meetwaarden en de rapportagegrenzen apart geaggregeerd en wordt de 90 percentiel bepaald per jaar. Dit levert een (of twee) geaggregeerde waarde(n) op per jaar per meetpunt.

Toetsing van geaggregeerde meetwaarde (per meetpunt per jaar) aan de norm

Toetsing vindt altijd plaats aan de meest recente geldige norm. Dus ook de meetresultaten uit de eerdere jaren worden aan de meest recente norm getoetst. Onder meest recent wordt verstaan de laatste waarden die reeds bekend en geldig zijn bij de oplevering van de nieuwe versie van de BMA en de waarden die in de drie maanden daarna van kracht zullen worden.

De toetsing van de geaggregeerde waarde (per meetpunt per jaar) verschilt tussen de JG-MKN / MTR en de MAC-MKN enerzijds en de Drinkwaternorm en Toelatingscriterium anderzijds.

JG-MKN / MTR en MAC-MKN

  • Er is sprake van een niet-toetsbaar meetpunt als:
    • als er op een meetpunt alléén niet-toetsbare meetwaarden zijn;
    • als de geaggregeerde waarde voor een meetpunt (o.b.v. toetsbare metingen) gelijk of lager is dan de hoogste rapportagegrens op dat meetpunt én deze hoogste rapportagegrens boven de norm ligt.
  • In andere gevallen is er dus sprake van een toetsbaar meetpunt. Als de geaggregeerde waarde boven de norm ligt is het meetpunt normoverschrijdend, anders niet.

N.B. In de “Richtlijn KRW Monitoring Oppervlaktewater en Protocol Toetsen & Beoordelen” ( 3 juli 2014, Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving: M. Ohm, D. ten Hulscher & R. Smits) wordt een iets afwijkende toetsingsprocedure omschreven.

Methodiek met gescheiden aggregatie van meetwaarden en rapportagegrenzen

Voor elke meetpunt waarvoor metingen beschikbaar zijn, zijn er (na de aggregatie per meetpunt per jaar) één of twee geaggregeerde waarden aanwezig. In geval van één geaggregeerde waarde gaat het om de geaggregeerde waarde op basis van meetwaarden of de geaggregeerde waarde op basis van de rapportagegrenzen en in geval twee geaggregeerde waarden gaat het om zowel geaggregeerde waarde op basis van de meetwaarden en de geaggregeerde waarde op basis van de rapportagegrenzen.

De volgende beoordelingssituaties zijn dan mogelijk (zie ook tabel 1):

  • Als alleen de geaggregeerde waarde op basis van meetwaarden aanwezig is dan kan alleen van deze waarde gebruik worden gemaakt. Hier is sprake van een toetsbare geaggregeerde waarde die onder of boven de norm kan liggen.
  • Als alleen de geaggregeerde waarde op basis van de rapportagegrens aanwezig is dan kan alleen deze waarde gebruikt worden. Er zijn dan twee verschillende situaties mogelijk:
    • waarden 'onder of gelijk' de norm; er is dan sprake van een toetsbare geaggregeerde waarde waarbij niet sprake is van een normoverschrijding.
    • waarden 'boven' de norm; er is dan sprake van een niet toetsbare geaggregeerde waarde omdat niet bepaald kan worden of de werkelijke waarde onder of boven de norm ligt.
  • Als zowel de geaggregeerde waarde op basis van de meetwaarden als op basis van de rapportagegrenzen aanwezig is dan zijn de volgende drie situaties denkbaar:
    • De geaggregeerde waarde op basis van de meetwaarden is boven de norm dan wordt alleen van deze waarde gebruik gemaakt. Er is sprake van een toetsbare geaggregeerde waarde die boven de norm ligt.
    • Beide geaggregeerde waarden liggen 'onder of gelijk' aan de norm. Er is sprake van een toetsbare geaggregeerde waarde waarbij niet sprake is van een normoverschrijding.
    • De geaggregeerde waarde op basis van de meetwaarden ligt onder of gelijk aan de norm en de geaggregeerde waarde op basis van de rapportagegrens ligt boven de norm. Er is sprake van een niet-toetsbare geaggregeerde waarde

 

  Geaggregeerde waarden op basis van meetwaarden
Geaggregeerde waarden op basis van rapportagegrenzen Geaggr. waarde afwezig Geaggr. waarde aanwezig
<= norm > norm
Geaggr. waarde afwezig
x
<= norm > norm
Geaggr. waarde aanwezig <= norm <= norm <= norm > norm
> norm niet toetsbaar niet toetsbaar > norm

Tabel 1: Normtoetsing schema na aggregatie van meetwaarden en rapportagegrenzen

De uitkomst is een aan norm getoetste waarde per stof per jaar per meetpunt.