Correlatie normoverschrijding

  1. Algemeen
  2. Sterkte en richting van de normoverschrijding
  3. Significantie van de normoverschrijding
  4. Presentatie op de website van correlaties op de website
  5. Verschil tussen correlatie en analyse van normoverschrijding
  6. Technische verantwoording

1. Algemeen

Bij de correlatie normoverschrijding wordt nagegaan welke typen landgebruik in een periode mogelijk hebben bijgedragen aan de normoverschrijdingen van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. Voor een overzicht en herkomst van de informatie van het landgebruik zie het overzicht van typen landgebruik. Deze correlatie analyse wordt uitgevoerd voor alle normen in de bestrijdingsmiddelenatlas, behalve de (Som) Drinkwaternorm,:

  • het maximaal toelaatbare risico (MTR),
  • de milieukwaliteitsnorm jaargemiddelde (JG-MKN / AA-EQS),

N.B. De JG-MKN zal de MTR in de loop der jaren gaan vervangen. Indien een JG-MKN en een MTR beschikbaar zijn voor een bestrijdingsmiddel, worden alleen de resultaten getoond voor de JG-MKN. Als een bestrijdingsmiddel nog geen JG-MKN heeft, maar wel een MTR, dan worden de resultaten getoond voor de MTR.

  • de milieukwaliteitsnorm maximum concentraties (MAC-MKN / MAC-EQS),
  • het toelatingscriterium van de Ctgb.

Voor elke periode worden de normen van het laatste jaar van die periode gebruikt. Bij een nieuwe periode worden de berekeningen alleen uitgevoerd voor die nieuwe periode op basis van de bijbehorende (eventueel gewijzigde) normen. De resultaten van de oudere periodes worden dus niet herberekend en veranderen dus niet. Er is één uitzondering op deze werkwijze. Voor de periode 2009-2011 is om pragmatische redenen gebruik gemaakt van de normen van 2012 (en niet van 2011). In onderstaande tekst wordt nader ingegaan op de analyse van de correlatie normoverschrijding, de significantie ervan en de gebruikte technieken. Op de website zijn de resultaten vereenvoudigd weergegeven. Voor nadere informatie over resultaten en technieken kunt u contact opnemen met het CML, zie daarvoor de contact pagina. Op de website is ook een verklarende woordenlijst opgenomen van alle technische termen. Tenslotte wijzen we u op de risico’s voor misinterpretatie waarvoor een aparte waarschuwing is geformuleerd: algemene waarschuwing voor misinterpretatie.

2. Sterkte en richting van de correlaties

Een correlatie heeft een sterkte (geen, zwak, sterk etc.) en een richting (positief, geen, negatief). Als een bepaald type landgebruik sterk bijdraagt aan correlatie van de normoverschrijding, dat wil dat in ons geval zeggen dat in afwateringseenheden met veel normoverschrijdingen de oppervlakte van dat bepaald type landgebruik veel groter is dan in afwateringseenheden zonder of met weinig normoverschrijdingen. Het verband kan zowel positief zijn, zoals net beschreven, of negatief, bijv. in afwateringseenheden met veel normoverschrijdingen zijn de oppervlakten van een bepaald type landgebruik (bijv. natuur) veel lager dan in afwateringseenhden zonder of met weinig normoverschrijdingen. Voor de bestrijdingsmiddelenatlas zijn we alleen geïnteresseerd in die gevallen die aanwijzingen zijn van mogelijke oorzaken van normoverschrijdingen, d.w.z. in de positieve verbanden. De sterkte van het verband wordt bij de huidige werkwijze uitgedrukt in een regressiecoefficient. Sterke verbanden hebben grote coefficienten, het teken van het regressiecoefficient geeft de richting van de correlatie aan.

3. Significantie van de correlatie

Door middel van een statistische toets wordt de mate van betrouwbaarheid of significantie van de correlatie van de normoverschrijding bepaald. De significantie is afhankelijk van drie factoren: de regressiecoefficient, de standaardfout ervan en het aantal waarnemingen. Hoe groter de regressiecoefficient, hoe kleiner de standaardfout en hoe groter het aantal waarnemingen des te significanter is het resultaat. De mate van significantie wordt in een getal P uitgedrukt van 0,001 (kans op een toevallige correlatie met deze waarde van 1 op 1000) tot 0,05 (kans op een toevallige correlatie met deze waarde van 1 op 20). Dus hoe kleiner P hoe significanter de normoverschrijding.

4. Presentatie op de website van correlaties op de website

Op de website zijn de resultaten van de analyse van de normoverschrijding sterk vereenvoudigd weergegeven. Zo zijn ALLEEN de typen landgebruik in de tabel opgenomen, waarvoor de stof is toegepast volgens NMI én de stof is toegelaten volgens de Ctgb in de periode en twee jaren daarvoor (opgebruiktermijn). Verder zijn alleen de significanties gepresenteerd in een aantal klassen:
Significantie:

KlasseP-waarden
zeer sterk: P=< 0,001
sterk: 0,001< P=< 0,01
aanwezig: 0,01< P=< 0,05
net niet aanwezig: 0,05< P=< 0,10
[geen tekst]: P> 0,10

5. Verschil tussen correlatie en analyse van normoverschrijding

Bij de berekening van de correlatie met de concentratie wordt de sterkte van de samenhang of verband vastgesteld tussen gehalten of concentratie van een bestrijdingsmiddel in het oppervlaktewater en oppervlakten van een bepaald type landgebruik, ongeacht of deze gehalten alle onder de norm, zowel onder als boven de norm, of alle boven de norm liggen. Bij de analyse van correlatie van de normoverschrijdingen gaat het om welke typen grondgebruik mogelijk bijdragen aan de normoverschrijdingen. Deze berekening kan dan ook alleen zinvol plaatsvinden als er voldoende waarnemingen onder en boven de norm aanwezig zijn.

6. Technische verantwoording

  • We hebben gebruik gemaakt van een logistische regressie van het aantal normoverschrijdingen afgezet tegen het totaal aantal meetpunten waarin het middel is gemeten per afwateringseenheid als respons variabele en de logaritme van de oppervlakte van landgebruik als verklarende variabele.
  • Er zijn alleen analyses uitgevoerd als er tenminste 10 waarnemingen totaal waren van gehalten van een middel in het oppervlaktewater. Voor oppervlakte aan landgebruik is een minimum gesteld van 0,001 hectare. Dit laatste is gedaan omdat anders de dataset en analyse gedomineerd zou worden door “nul-waarnemingen”.
  • De regressiecoefficienten zijn éénzijdig getoetst. We zijn immers alleen geïnteresseerd in hoeverre hoge gehalten van een middel niet toevallig samenhangen met grote oppervlakten van een bepaald type grondgebruik.
  • Waarnemingen betreffen de geaggregeerde meetgegevens per afwateringseenheid voor de (voortschrijdende) periode van drie jaar. Voor de wijze van bepaling van de normoverschrijding, zie toelichting aggregatie. Voor de wijze van aggregatie, incl. omgang met meetwaarden gelijk aan de rapportagegrens, wordt verwezen naar de achtergronddocumentatie.
  • De correlatie berekeningen zijn uitgevoerd met het statistische pakket R.
  • Voor nadere toelichting op de statistische procedures verwijzen wij naar de basishandboeken statistiek en de achtergrondsdocumentatie.

Wil L.M. Tamis, Martina G. Vijver, Kees Musters, Maarten van ’t Zelfde (CML) met bijdragen van Roel Kruijne (Alterra), 2013, \ Bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater en koppeling met het landgebruik versie 2.0, notitie CML 49, Leiden.