Drinkwaternorm (DWN), incl. Som drinkwaternorm

In het ‘Waterleidingbesluit’ van 1984 is een norm voor bestrijdingsmiddelen in drinkwater opgenomen volgens de Europese richtlijn van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (80/778/EEG, Pb L229/11). In de Bestrijdingsmiddelenatlas wordt dit de Drinkwaternorm (DWN) genoemd.

Deze norm is bij de wijziging van het ‘Waterleidingbesluit’ gehandhaafd (zie: ‘Besluit van 9 januari 2001 tot wijziging van het Waterleidingbesluit in verband met de richtlijn betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water’ en richtlijn nr. 98/83/EG , PbEG L 330 van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998). In het Waterleidingbesluit zijn tevens meetfrequenties, meetmethoden en meetlocaties voor drinkwater en de grondstof opgenomen.

Volgens de kwaliteitseisen van het ‘Waterleidingbesluit’ geldt voor individuele pesticiden een maximum waarde van 0,1 µg/l. Voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide geldt een maximum waarde van 0,03 µg/l. Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren), en hun metabolieten en afbraak- of reactieproducten die humaan toxicologisch relevant zijn.

Voor de som van afzonderlijke pesticiden met een concentratie hoger dan de detectiegrens geldt een maximum waarde van 0,5 µg/l. In de Bestrijdingsmiddelenatlas wordt dit de Som drinkwaternorm genoemd. Deze wordt verder in deze Atlas niet (meer) toegepast.

De Drinkwaternorm worden alleen getoetst aan de metingen op de drinkwaterinnamepunten (9 in 2014).

De normen van 0,1 µg/l en 0,5 µg/l zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke gronden (bijv. gezondheidskundige aspecten) maar zijn gebaseerd op een voorzorgsprincipe: het is niet gewenst dat er bestrijdingsmiddelen in drinkwater aanwezig zijn. De WHO heeft voor een aantal bestrijdingsmiddelen richtwaarden voor drinkwater opgesteld (o.a. de waarden voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide, maar ook voor b.v. een aantal triazines (atrazin) en stoffen van ander groepen middelen. Echter niet voor alle actieve stoffen die toegelaten zijn. De WHO richtwaarden liggen vaak boven de waarde van 0,1 µg/l.

Sinds februari 2003 is het Europese 'Guidance document on the assessment of the relevance of metabolites in groundwater' vastgesteld. Op dit moment vindt er nog discussie plaats over de beoordeling van metabolieten in het toelatingsbeleid en de beoordeling van VROM Inspectie van enkele tientallen metabolieten die door het Ctgb als 'niet-relevant ' zijn beoordeeld. Inmiddels zijn een drietal metabolieten (aminomethylfosfonzuur, 2,6-dichloorbenzamide en dikegulac) door VROM Inspectie als 'humaan toxicologisch niet relevant' beoordeeld waardoor voor deze metabolieten niet de norm van 0,1 microgram per liter in drinkwater geldt.